Search
  • dezaakdeg

Trouw: "Thuis op Zuid eerder ode dan aanklacht"

TV-columnRenate van der Bas

‘Thuis op Zuid’ met Adelheid Roosen en Hugo Borst is eerder een ode dan aanklacht


Renate van der Bas

9 september 2020

Woensdagavond aflevering twee van ‘Thuis op Zuid’, de nieuwe serie van Adelheid Roosen en Hugo Borst, over hoe wij zorgen voor demente mensen. Liep het energieke duo eerder voor omroep Human al rond in verpleeghuis De Leeuwenhoek, nu komt het over de vloer bij nog thuis wonende dementerenden. Met wederom de strijdvaardige ondertoon dat de zorg beter kan, persoonlijker moet! Maar mij valt vooral op hoe sympathiek en attent onze maatschappij al ís voor de onscherper wordende medemens. En wat een fijne professionals er aan het werk zijn in Rotterdam-Zuid. In plaats van een kille aanklacht, zie ik – gelukkig – vooral een ode aan al die aandacht.



Met veel leerzame momenten. Neem de scène van vorige week, waarin Hugo Borst meegaat naar ‘de dagbesteding’, met Ed Bleij. Deze kunsthistoricus is pas 61, maar Alzheimer heeft zich al gemeld. Wanneer je Bleij en zijn lotgenoten hoort praten, ook over de ziekte zelf, kan je nauwelijks geloven dat er iets met hen aan de hand is. Intimi als vriendin Edith weten wel beter: er raast geregeld pure paniek door het hoofd van Ed, omdat de wereld onbegrijpelijker wordt.

Ik dacht met schaamte terug aan hoe onze kennissenkring twijfelde aan de verhalen van een vriend, wiens vrouw begon te haperen. Althans, volgens hem was dat zo, maar wij zagen niets bijzonders. En vroegen ons af hoe terecht het was dat zij van hem niet meer mocht autorijden. Onnozele ganzen. Alleen al ter voorkoming van dit soort onbegrip is ‘Thuis op Zuid’ een zinvolle serie.

Zo krijgt Adelheid Roosen – wier moeder net als die van Hugo Borst dement werd – een nieuw inzicht wanneer ze mevrouw Karakoc probeert te interviewen, over hoe deze Turkse haar ziekte ervaart. Het gesprek gaat moeizaam, tot een tolkende vriendin Adelheid uitlegt dat dat ook een culturele kwestie is: Turkse mensen vinden het soms beschamend over hun ziekte te moeten praten. Een directe Nederlandse vraag als ‘het gaat slecht met je, hè?’, kan blijkbaar als wreed worden ervaren. Genoteerd.

Wachten tot vijf voor twaalf

Roosen en Borst zijn nooit saaie formele volwassenen geworden en het is aanstekelijk om te zien hoe ze met schaterende lach en open vizier hun steentje proberen bij te dragen. Ze nemen de tijd, of nee, ze geven hun tijd voor praktische actie.

Zo helpen ze ouderenwerker Hamid Azaimi om de volgepropte woning van Jan leeg te ruimen, wanneer deze allenige man een nieuwe, schone flat krijgt. Respectvol bieden ze Jan de keuze welke spullen mee te nemen naar de nieuwe woning, waar andere hulpvaardigen al bezig zijn nieuwe kasten neer te zetten. Zodat Jan daar in wat hygiënischer omstandigheden min of meer zelfstandig door kan blijven scharrelen, zolang hij dat wil en kan.

Humaan, maar het maakt Hugo Borst wel onrustig. Nooit wil hij afhankelijk worden. Althans: in aflevering één zegt hij dat je niet moet wachten tot vijf voor twaalf, als een rafelig levenseinde dreigt. “Ik stap eruit om half twaalf”, is zijn ferme voornemen.

Aan het eind van aflevering twee klinkt hij al anders, begint hij te bedenken hoe het leven er uit zou moeten zien, mocht hij eventueel toch hulpbehoevend worden. Als iemand dan regelt dat hij nog steeds lekker eet, tv kan kijken en de thuiswedstrijden van Sparta kan bezoeken, wellicht laat Borst de klok dan toch wat verder doortikken.

0 views0 comments